Woordenschat uit het West-Vlaams
Afseits: buitenspel Allégow zeg: Alsjeblieft zeg 'n Allée: de hal, overloop Alaom: werkgereedschap Alsan: altijd Altemets: soms Altope: met z'n allen samen 'n Anhoeder: de aanhouder Andjoen: ajuin Antidns / Tielik: vroeg Antyn: meer dan op tijd Aokeweiren: tegendraads zijn Appeprë: ongeveer (min of meer) Avance: nut (bv. té nie veel avance - het heeft niet veel nut) Aciete: bord om uit te eten Akendoe: maar jawel ik gaan da wel doen Batoet: tochwel Battendoet: heel zeker niet Beuzen: zakken van kledij waar je iets kunt instoppen (bv. Doe jou handen uit je beuzen) Ballanswoore, Juttekakokuhr, Renne: schommel Baladeuze: looplamp Barvoete: blootvoets Bassen': blaffen, hoesten Bassing, bassingsje: kuipje waar je meestal wat water in doet Battaklang: hebben en houden Bavette: slabbetje Bazatse: draagtas Beiers: bessen Beschink; receptie van een feest Betroapen: besmetten Bollekette: een king-size knikker Brokkelaire: oen, sukkel, nietsnut Br...